Kortdurende lokale infectie

Wanneer iemand bijvoorbeeld een wondje in de huid krijgt, is de eerste beschermende barrière doorbroken en kunnen ziekteverwekkers binnendringen.

Een snelle reactie hierop is een verhoogde bloedtoevoer naar het geïnfecteerde weefsel. Hierdoor wordt de huid rood, warm en opgezwollen. Ook worden er signaalstoffen afgescheiden door de afweercellen die zich in de huid bevinden, waardoor andere afweercellen (zoals neutrofielen en macrofagen) worden gealarmeerd. Door de verhoogde bloedtoevoer en doorlaatbaarheid van de bloedvaten, kunnen de fagocyten zich makkelijker naar de infectie verplaatsen (migratie). Als eersten komen de neutrofielen aan. Deze kunnen goed bacteriën doden, maar gaan hierdoor ook zelf dood. Pus is eigenlijk niet veel meer dan vooral veel dode neutrofielen en resten van bacteriën. Macrofagen helpen om dit op te ruimen. De dendritische cellen dragen ook hun steentje bij. Ze ‘proeven’ de infectie en migreren dan naar de lymfkieren waar ze de informatie doorgeven aan de lymfocyten.